|
DOOR
LUDWICH VAN MULIER NIJMEGEN,
11-01-2006
In
memoriam Angelina
Ghazi-Ramdahin
27
januari 1915 – 6
januari 2006
Grondlegger
van de “Roti-shop”
Nog
kort voordat zij
haar 91ste
verjaardag zou
vieren, overleed te
Amsterdam op 6 januari
j.l. de moeder van het
Surinaamse (horeca)
ondernemerschap,
Angelina Ghazi- Ramdahin.
Een longontsteking werd
de
alom geliefde,
sociale en kranige
Surinaamse
“Horeca-legende” te
veel. Omringd door
familie, vrienden,
zakenrelaties van weleer,
en klanten, werd haar
stoffelijk overschot aan
de schoot der aarde
toevertrouwd op de
begraafplaats Westgaarde
te Osdorp. Angelina
Ghazi was exploitant van
een van de eerste “Ons
belang” groente
toko’s in Paramaribo
en haar zakelijk inzicht
bracht haar op het idee
in de Mahonielaan de
eerste “roti-shop”
op te zetten. Als
bedreven onderneemster
had zij de moed om in
1958 de bekende 'Havana
bar' te starten,
waarmede zij de eerste
vrouwelijke
barexploitant van
hindostaanse afkomst
was. Kenmerkend voor
haar leven is ook het in
de praktijk brengen van
de culturele integratie;
zij dacht niet in hokjes.
Zij was pionier van het
vrouwelijke
ondernemerschap in
Suriname en heeft het
ruimschoots verdiend
gelouterd te
worden.
Een
vitale geëmancipeerde
zakenvrouw
Angelina
Ramdahin is een geboren
en getogen Nickeriaanse
uit het kinderrijke
Hindu geslacht van
Koendjbiharie Ishwardat.
Ze is de laatste
uit een katholiek
gezin van 9 kinderen. De
Katholieke Missie
is actief geweest
in de verschillende
etnische groepen. De zo
genoemde categoriale
zielzorg, van de RK kerk
maakte gebruik van
priesters uit Indonesië,
India, en China. Op 14
jarige leeftijd wordt de
jonge Angelina naar
Paramaribo gezonden voor
verdere scholing. Zij
kwam terecht op het R,K.
meisjes en
jongensinternaat in het
centrum van de
Hindostaanse R.K. missie,
Rajpur (Drie Koningen)
aan de verlengde
Mahonilaan 27, waar ook
de gelijknamige kerk
staat. Het was een zware
opgave voor de ouders
van Angelina om de
internaatsbijdrage van
10 gulden per maand
te voldoen,
waardoor zij onderwijs
kon genieten in
Paramaribo. Ongeveer een
kwart van de Surinaamse
bevolking is Rooms
Katholiek. De Rooms
Katholieke kerk neemt
voor 15 % deel in het
Surinaamse onderwijs. Op
de Katholieke scholen is
35 % niet Christen.
Angelina leert de
organisatie van het
huishouden, de
handenarbeid en coupeuse
werk van de RK nonnen
van Roosendaal. De
ijverige bij de handde
rijpe en
zelfstandige
puber werd weldra
verliefd op een leerling
kleermaker Ghazi uit de
buurt, die met zijn
charmes een onuitwisbare
indruk op haar gemaakt
moet hebben. Zij traden
in het huwelijk en
begonnen een “groenten
toko” in de
Mahonielaan, waar zij
omstreeks 1935
een gezin van 8 kinderen
(waarvan nu 3
zijn overleden)
stichtten. De
vakmankleermaker John
Fathula Ghazi behoorde
tot een gematigde
verlichte stroming
binnen de Islam, de
Amadyia’s. Zijn moslim
voorouders waren
afkomstig uit Irak, waar de naam Ghazi populair en wijd verbreid is (vide
de monarchie Ghazi), en
belandden via Trinidad
in Suriname. Zoals
gebruikelijk bij het
joint-family-system van
de Hindoestanen, werd
het gehele gezin Ghazi
ingezet in het
ouderlijke bedrijf. Voor
de zoons was dit een
goede training voor hun
latere ondernemerschap
vertelt de ondernemer/industrieel
Max Ghazi mij. Angelina
kwam op het idee de
groente toko uit te
breiden met een “Roti-shop”.
De eerste
“roti-shop” in de
zakelijke formule zoals
de Surinaamse
ondernemerscultuur haar
heeft toegeëigend, is
het ontegenzeggelijke
“copy-right” van
Angelina Ghazi. Zij
hielp de Surinaamse roti
als gerecht (gevuld met
erwten / in Trinidad
gevuld met aardappel)
verder ontwikkelen dan
het aanvankelijke
Indiase brood (rothi).
Samen met haar vriendin
Soemintra Singh
verzorgden ze
hindostaanse gerechten
voor het presidentiele
familie vooral tijdens
hoog bezoek van de
Nederlandse Koninklijke
familie.
De
Havana-bar het walhalla
van de levensgenieters
In
1958 opende Angelina
Ghazi- Ramdahin in de
bloei van haar leven de
legendarische Havanabar
op de hoek van de
Zwartenhovenbrugstraat
en de Pontewerfstraat in
Paramaribo. Een
vrouwelijke exploitant
en bovendien van
hindostaanse komaf, met
een gezin en een keurige
staat van dienst, was
voor die tijd een
revolutie binnen een
revolutie, een
surrealistisch droom. In
Suriname hadden
Amerikaanse en
Nederlandse militairen
een stempel gedrukt op
het uitgaansleven vanaf
de periode van de tweede
wereldoorlog
(1940-1945). Jeugdbendes
en “gangs” gaven de
politie hoofdpijn. De
prostituees –
opvallend veel Javaanse
vrouwen - werden ver
buiten Paramaribo
verbannen, verstopt dus.
Via de opkomende horeca
was er meer controle op
alcoholgebruik en het
gedrag van de
buitenlanders die de
grootste klandizie
vormden. De vaste
klanten van de Havanabar
in Suriname waren
toeristen, soldaten van
de TRIS, en de
bemanningen van de KNSM
schepen (Aegis, Adonis,
Nestor,
etc). In de
vijftiger jaren was de
Cubaanse hoofdstad het
Mekka van vertier en
levensvreugde voor de
rijke Amerikanen.
Fulgencio Batista had in
1952 Carlos Prio
vervangen als
regeringsleider. Celia
Cruz en de Salsa muziek
veroverden de wereld. De
Cubaanse sigaren en de
smakelijke
aromatische rum
“Havana-club” waren
ook in Suriname razend
populair. Cubaanse
slaven uit de 17e
eeuw, die gefermenteerde
rum (Tafia) uit
de melasse van
het suikerriet maakten,
hebben de grondslag
gelegd voor de
wereldberoemde
“Cuba-club” rum, die
ook in Suriname gretig
aftrek vond onder de
stappers. Batista maakte
via de USA enorm reclame
voor de
“Havana-club” rum,
die sinds 1838 zwaar
geconcurreerd werd door
de rum van de
Cubaan Don
Facuando Baccardi. De
familie Ghazi was zowel
familiair als zakelijk
goed bevriend met de industrieel I.Fernandez (& Son) van het gelijknamige
frisdrankenconcern. Stan
Ghazi (makelaar), Jack
Fernadez, Rene Fernandez
(wijlen) waren
boezemvrienden.
Deze
levensgenieters
vormden de ziel van de
Havana-bar, aan wie de
zaak ook haar naam te
danken heeft. Let wel,
de Cubaanse revolutie
zegevierde in 1959, toen
bestond de Havana-bar al
en heeft dus geen
politieke
betekenis. De Havana-bar
verhuisde naar de
Maagdenstraat en
heeft nog
tot 1982 bestaan.
De getalenteerde
Angelina startte
meerdere bedrijven zoals;
een “Spitfire”
wijnfabriek,
Hotel/Pension,
restaurant Caravel in
het voormalige gebouw
van de hoofdklasse
voetbalclub “Voorwaarts” (Hoek Gemenelandsweg / Zwartenhovebrugstraat).
“Asian
Caribbean” restaurant vernieuwing van
de Surinaamse eetcultuur
Als
begin zeventiger jaren
alle kinderen geëmigreerd
zijn – Max Ghazi
arriveerde 1973 in
Nederland - en in
Nederland wonen,
vervoegt Angelina zich
bij hen. De familie
Ghazi zet onder leiding
van de inmiddels
legendarische Angelina,
die van geen ophouden
weet, het “Ghaziconcern” voort in Amsterdam. Max en Ali Ghazi
runnen samen met hun
moeder- die er
zo’n 25 jaren
heeft gewerkt-
een tropische
speciaalzaak (en een
reisbureau) bij
de “Ten Kate
Markt. Broer Harold
Ghazi runt het
restaurant bij de
Vespuccimarkt en neef
Henk Ghazi draagt ook
zijn steentje bij aan
het concern. Angelina
maakt deel uit van het
management van het
Ghazi-concern en werkt
in de toko aan de Ten
Kate markt, die heden
een begrip is in
Amsterdam. Op instigatie
van zijn moeder Angelina
opent Max Ghazi het
eerste
Surinaams-Caribische
restaurant in stijl
achter het grote
warenhuis “De
Bijenkorf” in het hart
van Amsterdam. Hij
bedenkt de naam Asian
Caribbean restaurant.
Met al haar horeca
ervaring, haar
integratie-ideologie, en
culinaire gaven geeft
Angelina leiding aan de
vernieuwde Surinaamse
keuken. Zij bedenkt in
stijl Surinaamse
menu’s. Zoals: Het
Kwaku-menu: Heri heri
als hoofdmaaltijd met
een lichte cassavesoep
(of okersoep) vooraf;
Het “Sophie Redmond”
menu, Bruine bonen (met
zoutvlees) met rijst met
pindasoep vooraf.
Het
gemis van deze
baanbrekende en
inspirerende Surinaamse
heldin van het
ondernemerschap is groot,
maar de gedachte aan
haar buitengewone
prestaties, maken het
leed dragelijk.
Met
dank aan Max Ghazi
voor de
verstrekte informatie.
|