De
watersnoodramp
Deel
2
Lokale
kennis is het leidend
beginsel bij
hulpverlening
PARAMARIBO.
Al minstens 7 dagen
staan grote delen van
Zuid Suriname onder
water.
De hulpverlening is
nauwelijks goed op
gang. Er is veel
politiek gekissebis,
een hongersnood voor
sommigen
is dreigende,
ontheemde personen
ontberen onderdak en
de kans op het
uitbreken van
gevaarlijke
epidemieën is
levensgroot aanwezig.
Het monitoren van de
hulpverlening door de
regering Venetiaan
is traag en aan zware
kritiek onderhevig in
binnen en buitenland.
Bij de vraag wat nu te
doen kan het
uitgangspunt niet
anders zijn dan te
vertrouwen op en uit
te gaan van de lokale
kennis en in de
geschiedenis
verzamelde expertise.
De
bewoners van de
getroffen regio’s,
vooral de wijze
ouderen, dienen
informatie te
verschaffen over
eerdere overstromingen;
zoals
augustus 1969.
Orale overleveringen
bevatten ook kennis
over de habitat,
waarschuwingstekens en
mogelijke gevaren.
De Suralco
als eerste
verantwoordelijke voor
het stuwmeer, bezit
basale kennis over
de
bodemgesteldheid en
weersomstandigheden
buiten
het stuwmeergebied
Onderzoeksinstituten
hebben ook lokale
kennis verzameld: De
Adek
Universiteit van
Suriname, de
waterloopkundige
dienst heeft veel
waterkennis gehad, GMD
bezit kennis over
topografie en
grondlagen, Bureau
luchtkartering, de
binnenlandse
luchtvaartfirma’s, Conservation
International (Guyana shield-know
how),
Stinasu,
milieuorganisaties, de
meteorologische dienst
etc
De Overheid. De
bestuursdiensten (Districtscommissarissen);
Directoraat
Bosbouw.
Het bedrijfsleven (Houtkappers
en gouddelvers) en
individuele kenners
van de regio. De
ontstane noodsituatie
noopt tot het
instellen van nieuwe
communicatie
structuren, om efficiënt
gebruik te kunnen
maken van de
verschillende
kennisniveaus.

Het
rampgebied
De regenwolken komen
ergens vandaan. Blijft
de extra
neerslag in een regio
hangen dan betekent
dat, dat de aanvoer (richting
en snelheid van de
Intertropische
Convergentie zone c.q.
het lagedruk gebied)
moet worden
geanalyseerd. In
Suriname waait er een
Noord –Oost Passaat.
De wind komt dus uit
de richting Frans
Guyana en waait
diagonaal van oost
naar west. De
weersgesteldheid in (Noord)
Frans Guyana moet
worden bestudeerd in
samenhang met de
gegevens van regionale
deskundigen, dan weten
wij wat ons morgen te
wachten staat. Brazilië,
Colombia, de Guyana’s
en Venezuela
kampen ook met
wateroverlast door
diezelfde
weersinvloeden in het
noordelijke
stroomgebied van de
Amazonerivier.
Het stuwmeer heeft
vanaf zijn
inwerkingtreding
klimatologische
veranderingen te weeg
gebracht in het Zuiden
van Suriname. De Suralco
weet dit en heeft
zelfs in de zestiger
jaren door besproeiing
met jodiumhoudend zout,
de neerslag boven het
stuwmeer gemanipuleerd,
als maatregel tegen de
lage waterstand. Men
is om diverse redenen
deze activiteit
gestaakt, waardoor er
al jarenlang
structureel meer
neerslag valt in de
zuidelijke gebieden.
Precies
in
de zwaarst getroffen
gebieden vindt niet
transparante houtkap
en goudwinning plaats.
De onduidelijke
bestuursmacht van de
kapiteins leidt tot
allerlei deals met
buitenlanders en
zakenlui uit
Paramaribo. De
kaalslag die erosie
veroorzaakt,
verharding van de
bodem in droge tijd en
verzadiging in
regentijd, doen het
regenwater extra snel
naar de hoofdrivier
stromen met als gevolg
springvloed. Er zijn
ook topografische
kommen die het water
in en rondom de
rivierbedding
vasthouden. In het
gebied woont naar
schatting 10 % van de
bevolking. Een vijftig
tal inheemse (indianen)
dorpen, een honderdtal
Marrondorpen en enkele
tientallen
nederzettingen van
buitenlanders (grotendeels
Brazilianen) en
ondernemers uit
Paramaribo. Illegalen
meegeteld, zijn er
zo’n 25.000 personen
in directe nood.(van
de 40.000 die er wonen).
Volgens schattingen
zijn er in die regio
15.000 kleine
goudbedrijfjes en
houtkappers actief. De
natuurramp heeft
Paramaribo pijnlijk
betrokken bij het
gebeuren in Zuid
Suriname en Suriname
weer als natie op de
kaart gezet. Want
geheel Suriname houdt
zich bezig met de
hulpverlening. Het
bindend karakter van
de ramp (de emotionele
saamhorigheid) is
naast alle schade een
bijkomstig voordeel.
(wordt
vervolgd)