De
watersnoodramp
Deel
1
Het
binnenland is in de
steek gelaten
PARAMARIBO.
De eerste berichten
over overstromingen in
het Surinaamse
binnenland werden op
zaterdag 6 mei, en
zondag 7 mei in het
buitenland ontvangen.
Het alsmaar stijgende
water in Zuid
Suriname, onder het
prof. van Blommenstein
stuwmeer, schijnt
iedereen verrast te
hebben. Zware regenval
op zich, hoeft nog
geen ramp te
veroorzaken. De ramp
ontstaat als het
toegevoegde regenwater
niet weg kan komen en
als het gestegen water
levens bedreigt. De
meteorologische dienst
die
als doel heeft,
weersomstandigheden te
voorspellen, kwam
achteraf met allerlei
goed
bedoelde
verklaringen en uitleg
als mosterd na de
maaltijd. Er bestaat
sinds jaar en dag een
tropische
klimatologische zone
die twee keer per jaar
volgens natuurkundige
wetten (Buys
Ballot)
wolkenconcentraties
voorbij doet trekken.
Blijven die wolken
een poos hangen dan
spreekt men van grote
regentijd en trekken
de concentraties
regenwolken sneller voorbij
dan spreekt men van
de kleine regentijd.
Suriname valt binnen
deze tropische zone en
heeft dan ook te maken
met deze regentijden,
die sinds enkele jaren
aan kwalitatieve -,
kwantitatieve -, en
tijdsinterval -
veranderingen
onderhevig zijn. Van
deze
klimatologische
en ecologische
veranderingen
(El Nino)
zijn de
overheidsfunctionarissen
op de hoogte o.a. door
veelvuldige deelname
aan internationale
conferenties op kosten
van de
belastingbetaler.
Communicatieprobleem
Suriname
heeft genoeg
wetenschappelijke
kennis in huis. De Adek
universiteit heeft te
maken gehad met
onderzoeken van de
heer Ouboter,
The fish-
water eco
system
of Suriname, Kluwer
1993.
(met
bijdragen van o.a. Marga
van Werkhoven) over de
waterhuishouding in
het stuwmeer gebied.
In de zestiger jaren
van de vorige eeuw
heeft de
Waterloopkundige
dienst veel onderzoek
gedaan in het
zuidelijke binnenland
o.l.v. de heer Leentvaar
nog voordat het
stuwmeer bestond en
de dam te Afobaka
in werking trad (1965).

Er functioneerde een
gedegen meetpunten
infrastructuur die
alle “waterkennis”
registreerde doorgaf
aan Paramaribo, en dat
van dag tot dag.
Longitudinaal (lange
termijn) plankton
onderzoek door
biologen leverde als
bij effect veel
hydrologische
informatie
op over de
watertoestand. Bij de
geologisch
mijnbouwkundige dienst
was er detail kennis
over de topografie en
natuurlijke
waterbassins. Prof dr.
Van Blommenstein
had alle kennis voor
handen over neerslag,
waterstanden en
topografische
bergkommen in
het zuidelijke gebied,
en ontwierp het naar
hem genoemde stuwmeer,
met volledige steun en
medewerking van Jopie
Pengel
(NPS).
Hij verbaasde zich
toen al over het
gebrek aan
communicatie tussen de
politiek, wetenschap (Universiteit),
toegepast onderzoek,
bedrijfsleven,
instituten (meteorologische
dienst,luchtkartering,
leger etc), media en
publieke opinie. Hij
had letterlijk vrij
spel en ontwierp in
die vrijheid, tussen
de onwetenden (nota
bene zijn
opdrachtgevers)
meerdere projecten op
het gebied van
waterbeheersing en
hydro-elektrische
energie, o.a. ook Jai
Kreek/Phedra,
en het Avanavero
–Kabalebo
project met
gecombineerde stuwing
van het water, in West
Suriname. Er is geen
beleid, het is een “free
for
all
situatie”,
constateerde van Blommenstein
toen al
bitter. Vijftig
jaar later is er niets
veranderd. Maar het
ontbrekend beleid eist
nu wel zijn tol. Vele
klokkenluiders, die
waarschuwden voor
milieurampen in het
Surinaamse oerwoud,
werden zowel in
de literatuur als in
de praktijk niet
serieus genomen.
Suriname kent geen
rampen, was de veel
gehoorde misplaatste
lofzang. Bij
rampenbestrijding gaat
het in de eerste
plaats om een
samenbrengen van alle
kennis, ervaring over
het rampgebied in een
centrale energiestroom
in de richting van
oplossingen. Alleen
het resultaat telt. De
beheersing van de
situatie staat en valt
met een goede
communicatie tussen
overheid (politiek/leger)
-particulier
initiatief (hulplijnen)
-deskundigheid-
lokale bevolking (slachtoffers)
-
publieke opinie
(media), vanuit een coördinatiepunt.
(Wordt vervolgd)