:: Biografie

 EDGAR CAIRO

:: Website 
www.SurinamStars.com

 

 

Edgar Eduard Cairo werd geboren op 7 mei 1948 te Paramaribo en overleed omstreeks 16 november 2000.

 Edgar zijn ouders waren afkomstig van een voormalige plantage in het district Para. Hij volgde de lagere school bij de fraters, en haalde het diploma aan de Algemene Middelbare School (AMS). Vervolgens vertrok hij in 1968 naar Amsterdam waar hij Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap studeerde.

Cairo debuteerde in 1969 met “Temekoe”, een sterk autobiografische novelle in het Sranan over een vader-zoon relatie, later herschreven in het Surinaams-Nederlands aIs Temekoe/Kopzorg (1979) en nogmaals in het Algemeen Nederlands als Kopzorg (1988). Hij hanteert in veel van zijn werken een Surinaams-Nederlands dat hij met zijn eigen vondsten heeft verrijkt tot het "Cairojaans". Vooral uit Surinaamse hoek werd dit nogal bekritiseerd. In Suriname is zijn meest gelezen boek “Kollektieve schuld” (1976) over wintiperikelen in een familie.

Cairo was sterk beïnvloed door de orale tradities van stads- en Para negers en was zelf een bekend voordrachtskunstenaar. Hij publiceerde in totaal een tiental dichtbundels, zeven toneelstukken, een tiental forse romans, twee bundels columns en voorts verspreide verhalen en essays. Zijn hele werk draait om het negerschap in al zijn facetten. Vooral het leven op de Surinaamse achtererven heeft hem vaak geïnspireerd. Sommige van zijn boeken spelen in Suriname, zoals “Adoebe lobi/Alles tegen alles” (1977), over de strijd van een ambitieuze student die tussen verschillende maatschappelijke milieus terechtkomt, en “Mi boto doro/Droomboot havenloos” (1980), over de "hosselproblemen" en idealen van een paar jongens met een bus. Andere werken spelen in het Caraïbisch gebied, zoals het stuk “Dagrati! /Verovering van De Dageraat” (1980) over een slavenopstand in Guyana in 1763. Weer andere in Nederland als het koningsdrama “Het koninkrijk IJmond/ Ba Kuku Ba Buba” (1985). Zijn poëzie in het Sranan en Surinaams-Nederlands werd verzameld, opnieuw gerangschikt en vertaald in “Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding” (1983) met een zeer uitgebreide, maar nogal slordige inleiding. Zijn eerste columns voor de Volkskrant werden gebundeld in “Ik ga dood om jullie hoofd” (1980).

In zijn schrijversloopbaan is Cairo’s aandachtsveld langzaam verschoven: van de neger als slaaf en vrije in Suriname naar die in het Caraïbisch gebied, later naar de zwarte als immigrant in een witte samenleving, uitgestotene en kosmopoliet, weer later naar de geschiedenis van het bestaansverdriet van de Afrikaanse neger in “Nyumane/ln mensennaam” (1986). Het grootste deel van zijn boeken is verschenen bij uitgeverij In de Knipscheer. In zijn laatste boeken openbaarde zich een ernstige psychose. Ook liet hij in 1988 een advertentie in een krant plaatsen met de tekst “Jezus terug op aarde. Edgar Cairo, Gods zoon, spreekt alle talen met Jaweh's stem en doet grote wonderen”.

Cairo werd op 16 november 2000 dood aangetroffen in zijn woning in Amsterdam-Oost. Hij was overleden aan een maagbloeding; op welke dag precies kon niet worden vastgesteld. Hij is 52 jaar geworden. 

 

      © 2005 SurinamStars 

Bekijk ook de vele andere biografieën op SurinamStars!