Johan
Eduard Touwslager,
alias Papa Touwtjie,
werd geboren op 21
december 1968 te
Suriname.
Hij
is de jongste zoon uit
een gezin van 14
kinderen en was de
enige die altijd
garant stond voor
problemen. Helaas
stierf hij veel te
vroeg, op 9 juni 2005
is hij aan een
schotwond overleden. Zijn
jeugd speelde zich
vooral af op straat.
Hij was een fanatieke
straatvoetballer en
een getalenteerde
kawinazanger.
Bij
het veertigjarig
bestaan van de Ware
Tijd in 1997 kreeg
rapper Touwslager
“de trotyi grani”,
een award voor een
trendsetter. Hij was
de eerste sranantongo
rapper van Suriname in
1992 en is tot nu toe
onovertroffen in zijn
zuivere, diepe
sranan-gebruik. Jullie
praten sranantongo zei
hij daar eens over,
maar ik praat nengre.
Zijn eerste interview
met een krant stond in
de 'Ware tijd' van
februari 1992. Hij had
toen 6 hits op de
radio waaronder ‘Mi
no wan go na Santo
Boma’.
Papa
Touwtjie was vooral
razend populair onder
jongeren en
achtergestelde groepen
vanwege zijn protest
songs en politiek
getinte teksten,
waarin hij
beleidsmakers op de
korrel nam.
Recentelijk bracht hij
een CD uit met de hit
“Sranan
go stem adyen”,
die rond de onlangs
gehouden verkiezingen
dagelijks via de
verschillende
radiozenders te horen
was. Papa Tie,
heeft gerapt over hoop
voor een nieuwe tijd
waarin de
verschillende groepen
in Suriname
samenwerken; bewogen
liederen over armoede,
over herstelbetalingen
vanwege vijfhonderd
jaar Afrikaanse
holocaust en beroving
van het zwarte volk,
liefde voor Jah en
Rastafari.
Vuurspuwende raps over
corrupte, schietgrage
politie en politici,
liederen vol liefde en
respect voor alle
vrouwen en zijn moeder
in het bijzonder,
boasting-songs over
zijn onovertroffen
kwaliteit als rapper.
Papa Touwtijie was de
opvolger van Lieve
Hugo in reality songs
waarin ook liederen
met “ondrofeni”
oftewel levenslessen
uit bittere ervaringen
worden gebracht.
Touwtjie heeft zeker
10 CD’s gemaakt en
40 live bands opgezet.
Een song rapte hij
nooit hetzelfde,
rappen was een
voortdurend creatief
proces bij hem en
rappen deed hij zeker
dagelijks een halve
dag. In zijn hoogtij
dagen begin ’90 werd
elk nummer van zijn
minstens 10 tracks
tellende CD een hit.
Papa Touwtjie werd
trad toen bijna elke
dag van de week op en
had show in bijna heel
Suriname, dus in elke
stad, elk district en
door heel het
binnenland trad Papa
Touwtjie op voor
uitzinnige fans die
zijn muziek en teksten
zeer waardeerde.
Het
diepte punt van
Touwtjies leven was
het schot dat op hem
gevuurd werd door de
eigenaar van een zaak
op blauwgrond waar hij
al voor de elfde keer
inbrak. Touwtjie de
dief verloor hierdoor
zijn been, maar
tijdens gevangenschap
daarna ontwikkelde hij
zich tot de meest
creatieve rapper die
men momenteel kent.
Hij hoefde zijn been
trouwens niet te
verliezen, de politie
van Geyersvlijt liet
hem tevergeefs vele
uren op de grond
geboeid liggen. Zijn
familie wist
ondertussen nog van
niks. Tot overmaat van
ramp lieten de artsen
van het Academisch
Ziekenhuis de kogel
nog 36 uren in zijn
been zitten en gingen
hem pas opereren toen
de familie het geld
bijeen had om de
operatie te kunnen
bekostigen. Het
onderbeen was toen al
zodanig aangetast dat
het geamputeerd moest
worden.
Papa
Touwtjie bleef altijd
de enfant terrible
zoals ze dat noemen en
om de haverklap had
hij problemen met de
politie, vaak door
zijn ophitsende en
provocerende teksten.
Zijn altijd
opborrelende agressie
daargelaten was Papa
Touwtjie geliefd bij
het volk en het
publiek bewonderden
zijn keiharde rijmende
woordenstroom.
Het
was te verwachten dat
Touwtjie aan een kogel
zou sterven, hij wist
het en had altijd
lijfwachten bij zich
als hij ergens
publiekelijk moest
verschijnen.