|
Iedere
week het laatse nieuws
rechtstreeks uit Suriname!
In
de nabije toekomst zullen auto’s
ook rijden op waterstof, naast
fossiele brandstof (olie), en
biobrandstof ethanol (uit
suikerriet, maïs), en geperste
lucht. Waterstof op chemische
wijze verkregen door korrels uit
Aluminium en Gallium is schoner
dan ethanol. Aluminium, Gallium en
andere stoffen met multiple
toepassingsmogelijkheden zitten in
de Bauxieterts.
In en nabij het Bauxiet
mijngebied zitten ook tal van
andere grondstoffen zoals ijzer en
goud.
Het
Bakhuisgebergte herbergt vele
bodemschatten en is gelegen in het
internationaal beschermde Centraal
Suriname Natuurreservaat. De
belangrijkste redenen om
onmiddellijk te stoppen met de
huidige concessieverlening aan
multinationals zijn de veranderde
economische status
en gestegen marktpositie
van de bauxieterts, de
milieuvernietiging door mijnbouw,
de kwaliteitsverandering van water
door erosie. De schone
watervoorraden in het
boven-Corantijngebied zijn van
onschatbare waarde voor mens, dier
en economie. Zolang de rest van
Suriname niet onder controle is en
er geen evaluatie is gemaakt van
de geleden schade door wangedrag
van multinationals in de
uitgeputte exploratiegebieden,
moet de regering West Suriname met
rust laten.
Waterstof
brandstof van de toekomst.
Om
de olieafhankelijkheid te
reduceren, is de president van de
USA,
George Bush in hoge
snelheid alternatieven voor de
autobenzine en
elektriciteitsopwekking aan het
zoeken. Deze manoeuvre is deels
ook het antwoord op de invloed van
Venezuela en de OPEC –landen van
het Midden-Oosten ( die de
olieprijs bepalen) op de
energiebehoefte van de USA.
Amerikaanse geleerden wijzen op
het gevaar van stagnerende
olieleverantie als Bush in oorlog
gaat met Iran. Zijn bezoek aan
Brazilië onlangs had o.a. als
doel de Braziliaanse
ethanolproductie te koppelen aan
de Amerikaanse energievraag. Veel
geld wordt uitgetrokken om de
Amerikaanse wetenschap en
technologie te prikkelen om zo
snel mogelijk commercieel
aantrekkelijke alternatieven voor
autobenzine toepasbaar te maken.
In Amerika is daarom nu een grote
wetenschappelijke lobby ontstaan
voor weer andere toepassingen voor
het winnen van elektriciteit.
Koplopers zijn voorlopig
hernieuwde aandacht voor steenkool,
versimpeling van
ethanoltoepassingen bij
tankstations, de brandstofcel (chemische
splitsing i.p.v. verbranding van
olie) en waterstof uit Aluminium.
Aluminium en water zijn
ecologiebesparende energiedragers.
Door Aluminiumdeeltjes en Gallium
als gel - mengsel te tanken (vloeibare
pasta met een hoog kookpunt) en er
water aan toe te voegen kan door
chemische werking in de auto
waterstof geproduceerd worden met
weinig afvalproducten. Er komen
geen gifgassen vrij en Aluminium
is te recyclen.
Enkele problemen die nog
commercieel beheersbaar moeten
worden gemaakt zijn de hoge
warmteproductie en de opslag van
waterstof. Volgens wetenschappers
aan de Purdue universiteit van
Indiana kan de waterstofproductie
door een gecombineerde technologie
reeds voor 2020 wereldwijd
toepasbaar zijn in auto’s,
elektronica zoals laptops en in de
ruimtevaart.
Stop
roof en onderhandel keihard met
kennis van zaken
De
autoriteiten in Suriname dienen
rekening te houden met
internationale
wetenschapstechnologische
vernieuwingen – zoals de
waterstofproductie en het persen
van lucht, wind en zonne-energie,
bio-energie, de brandstofcel,
vernieuwde kernenergie, en water
als energiedragers - die een
geheel andere kijk geven op de
rijkelijk aanwezige grondstoffen
in ons land. Bovendien is de
Aluminium voorraad in Suriname
niet onbeperkt. Om Aluminium te
produceren is weer energie nodig
voor het bereiken van de hoge
temperaturen bij het
calcineerproces (verhittingsproces.)
Suriname heeft veel mogelijkheden
voor het aanwenden van
alternatieve energiebronnen. We
hebben expertise nodig op het
niveau van public affairs
management, benchmarking (kijken
in de keuken van anderen en
netwerken binnen de wetenschap en
technologie). Een Surinaamse
wetenschapper in dienst van de KLM
heeft baanbrekend werk verricht in
de USA en Europa voor toepassingen
van de brandstofcel in de
luchtvaart. De aan Nederlandse
wetenschapsinstituten verbonden
Surinaamse kerngeleerden en hun
netwerken moeten als adviseurs
worden betrokken bij het
energievraagstuk van Suriname. De
economie en mijnbouw hoeven niet
meer eenzijdig afhankelijk te zijn
van Suralco (Alcoa) en Billiton.
Die tijd is voorbij. Alle lopende
concessies met multinationals
moeten worden herzien vooral in de
mijnbouwsector. Waarom heeft
Suriname niet een overkoepelend
mijnbouwbedrijf voor al onze
delfstoffen? Een
multidisciplinaire denktank? Waar
is de in Suriname verkregen
knowhow van Billiton en Suralco?
Door een wetenschappelijke
voorsprong weten de multinationals
precies hoe de wereldmarkt voor
grondstoffen in de toekomst
verandert als gevolg van de
nieuwe technologieën. Zij
onderhandelen met individuele
Surinaamse tegenspelers zoals
Gregory Rusland onze minister van
Natuurlijke Hulpbronnen, die zich
laat bijstaan door een passief en
log Bauxiet Instituut, burgers en
politici die geld ontvangen om de
andere kant op te kijken.
Conservation International, onze
Milieu-watch o.l.v. Wim Udenhout,
zwijgt als het graf als de namen
Alcoa en Billiton aan de orde zijn.
Een multinational betaalt nu
inheemse kapiteins 490 USA dollars
per maand om niet moeilijk te doen.
Braziliaanse garimpeiros hebben
recentelijk 17.000 USA dollars
betaald aan inheemsen om neer te
kunnen strijken aan de boven
Corantijn
(Bakhuisgebied) bij de
Moseskreek. Het Chinese bedrijf
Superbee heeft kolossale
hoeveelheden hout opgestapeld
bij Apoera, dat nu ligt te
rotten, en blijft kappen. Niemand
houdt hen tegen. Hout -en
goudrovers gebruiken Guyanese
arbeidskrachten, en tonen geen
enkele compassie met of respect
voor Suriname en de Surinamers. De
vernietiging van West Suriname –
onze laatste reserve – is al
begonnen. De inheemsen moeten zelf
in actie komen al dan niet met
internationale steun van
organisaties als The
Amazone Conservation Team (ACT/CBL/CSNL),
Greenpeace, OIS, VIDS, Tucayana
Amazone, als de regering het niet
doet.
(Ludwich
van Mulier, Amsterdam, 1 juni 2007).
|