|
Iedere
week het laatse nieuws
rechtstreeks uit Suriname!
Surinaamse
feestcultuur een waar sjibbolet, Amafo
slechts vertolker van een kenmerk
De
Braziliaanse auteur J. Ubaldo
Ribeiro beschreef in zijn fameuze
familiekroniek het leven in
Brazilië als een groot feest.
Brazilianen herken je aan hun
lawaaierige uitbundige
manier van feesten. Maar er
is extreme grote armoede in
Brazilië. Daarom stelde en
Braziliaanse filosoof, aan de hand
van
het verschijnsel feest,
ons enkele gewetensvragen.
Als feesten op zich
geldverslindend is, mogen dan
alleen mensen met geld feesten?
Als u ja antwoordt, zegt u in
feite tegelijk dat grote
uitbundige feesten voorbehouden
zijn aan rijke mensen die het
kunnen betalen. De arme mens (de
meerderheid), zou dan op aarde
louter aanwezig zijn omdat hij/zij
nog niet dood is. Dan zou
Brazilië een stil en saai land
zijn. Het tegendeel is waar. Hoe
armer, des te uitbundiger er
gefeest wordt. Het feesten is in
een armoedecultuur een levensdoel
een levenskunst. Wie niet feest,
heeft geen leven, lijkt het motto
van geheel Latijns Amerika. Durf
ons ongelijk te geven. Suriname
deelt ook in deze feestcultuur en
feestvreugde.
Sjibbolet
De
Joden gebruikten een Hebreeuws
woord om onder elkaar, de ene
groep van de andere te
onderscheiden. Het Hebreeuwse
woord ‘Sjibbolet’
gebruikten de Gileadieten om er de
Efraimieten mee te kunnen
ontmaskeren.
De Efraimieten konden de Sj
of sch niet uitspreken en zeiden
Sibbolet, en liepen zonder argwaan
in de taalkundige val. Tijdens de
Tweede Wereldoorlog (1940-1945),
gebruikten de Nederlanders het
woord ‘Scheveningen’ als ‘Sjibbolet’,
om er de Duitse infiltranten mee
te ontmaskeren. De Duitsers hadden
moeite met het uitspreken van de
sg of sch van Scheveningen en
zeiden pardoes ‘Sjeveningen’.
De term Sjibbolet wordt behalve
voor het ontmaskeren van niet
moedertaal sprekers, nu ook in
algemeen overdrachtelijke zin
gebruikt als bijzonder kenmerk van
een groep. Zo kan men gerust
zeggen dat feesten een Surinaams
sjibbolet, kenmerk,
is als rechtgeaarde
bewoners van Latijns-Amerika. Bij
het feesten stappen we over vele (ethische
en morele) grenzen heen. We zijn boroman
op andermans feest en worden warm
onthaald. Vijanden worden op een
feest vrienden. We vieren bijna
alles, vooral hele ronde getallen.
Het is zelf een afro-Surinaamse
traditie te feesten bij een
“Dede Oso”(doden herdenking).
Er wordt veel gegeten, en dan moet
je professionele hulp van een
catering inhuren. Sterke drank,
Whisky, wordt geïmporteerd en is
dus een deviezencomponent van een
feest. Live muziek verhoogt
de feestvreugde. We hebben
de sociale traditie dat je eten
mee naar huis mag nemen. Feest
doorbreekt alle wetten, en
verlicht de druk van de dagelijkse
beslommeringen. Een feest heeft in
Suriname een specifiek
psychologische betekenis. Het
drukt
maatschappelijke
verbondenheid uit; de jarige
trakteert. Het is een kort durende
altruïstische functionele
verspilling, waarmee ook macht
en betekenis uitgedrukt
wordt. Ik feest dus ik ben.
Een
rijke (blanke) ondernemer
beklaagde zich bij mij, toen ik in
een geldbank voor een loket stond
te wachten in Paramaribo. Hij had
de hele nacht niet kunnen slapen.
Zijn arbeider had hem uitgenodigd
op een uitbundig
feest in een achterbuurt.
Het was geweldig. Maar de
ondernemer peinsde van welk geld
de arbeider het feest had betaald.
Zoveel verdiende hij niet. De
ondernemer had berekend dat zijn
arbeider het feest niet kon
betalen ook al zou hij de man twee
eeuwen in dienst houden. Ik zei
tegen de man : “pech voor u, dat
is uw probleem, de man heeft recht
op zijn feest het geeft zin aan
zijn leven”.
Amafo
heeft geen geld gestolen om
zichzelf te verrijken. Zij heeft
de gemeenschap, haar gasten,
getrakteerd met oneigenlijke
middelen. Ze heeft een traditie
voortgezet van geldverslindende
feesten
door notabelen, wat in
Suriname oogluikend wordt
toegestaan. Velen hebben genoten
van haar feest die nu de vermoorde
onschuld uithangen. De zinloze
buitenlandse reizen van
regeringsfunctionarissen kosten
veel meer en verdwijnen in de zak
van de individuele
betrokkenen. Dat staan wij
wel toe. Stop de hypocrisie en
bestrijdt de echte corruptie;
uitverkoop van ons land aan
buitenlanders. Amafo hoort bij
deze regering en
zij beantwoordt aan het
sjibbolet van eerdere feesten van
collega’s. We hebben immers een
feestcultuur. Erger is, dat onze
regering
buitenlandse feesten
financiert met ons goud, onze
bauxiet, ons hout, onze vissen,
onze producten, de arbeidskrachten
van ons volk.. Niet Amafo maar de
regering moet naar huis. Niet
alleen de kleine “feestcorruptie”,
maar de structurele corruptie met
het grote geld (onder de tafel) ,
met multinationals, verkeerde
contracten voor lange perioden,
verdienen onze aandacht ( Ludwich
van Mulier, Nijmegen, 15 maart
2007).
|